Paardenmensen denken bij een ‘marathon’ aan iets anders dan aan hardlopen. Een marathon is namelijk een terreinrit met paard en wagen. Voor de paarden een fikse uithoudingsproef op tijd. De marathon is als wedstrijdonderdeel is geïntroduceerd op de International Horse Show van 1908. Tijdens de show reden de vierspannen vanuit Olympia Hall een tijdrit dwars door de parken en over de bruggen van Londen om op tijd terug te zijn in de sporthal. Met Olympia Hall als uitvalsbasis lag het voor de hand om de wedstrijdonderdelen klassieke namen als ‘Corinthian’ en ‘Marathon’ te geven.

De grote show in Londen bracht de organisatie van het jaarlijkse Concours Hippique op Houtrust, Den Haag, op het briljante idee om een paar jaar later ook een marathon te laten verrijden. Die allereerste marathon in Nederland was op woensdag 24 juni 1914. De zeven deelnemers reden met hun coaches een rit van 15 kilometer, waarbij ze binnen één uur terug moesten zijn op Houtrust. Bij tijdsoverschrijding, tenzij het niet zijn schuld was, viel een rijder buiten de klassering. Ook op galopperen stond de straf van diskwalificatie. Inhalen mocht, in draf en zonder elkaar te hinderen. Duurde het inhalen langer dan twee minuten, dan moest de achtervolger zijn inhaalpoging staken. “Geen rijtuig, paard, automobiel of wat dan ook zal naast, voor of achter de coach als hulp of pacemaker mogen meerijden”, aldus het reglement. De deelnemers vertrokken met tussenpozen van drie minuten. De Nieuwe Rotterdamsche Courant (25-6-1914) spreekt over ‘heel veel kijkers’ langs de weg. “Bij het Kurhaus en het Palace Hotel stonden zo veel menschen dat het wel leek of de Koningin werd verwacht.”
“Een kwaad stukje was dat op Houtrust zelf, waar de paarden door het zand moesten baggeren, maar verderop op de klinkers ging het opperbest en vlogen de vierspannen erover dat het lust was om te zien.”
Georg Bond, op de bok van de coach ‘The Venture’ van de Haagse paardenhandelaar Jack M. Washington, ging als tweede van start, maar haalde zijn voorganger een paar keer in om met de snelste tijd van 47 minuten op Houtrust terug te zijn. “Op voorbeeldige wijze ter overwinning gereden”, aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant.
Abraham van Hoboken uit Scheveningen boekte met 51 minuten de tweede plaats. “Het vierspan van Van Hoboken maakte in handen van zijn eigenaar een bijzonder gunstige indruk; het geheel was uit sportief oogpunt wel het beste wat er bij was. De paarden kwamen wonderwel bij elkaar. Jammer dat de vandehandse-achter geen roodschimmel was.”
De Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij kwam ‘keurig’ voor de dag met een derde klassering: “De wakkere directeur bracht het vierspan in 48 minuten weer op Houtrust en de paarden gaven in het geheel geen tekenen van vermoeidheid.”
Baron van der Goes van Dirxland uit Den Haag deed er met 58 minuten langer over, maar de gunstige beoordeling van het vierspan na aankomst bracht het nog op een vierde plaats.
Het vierspan van stalhouderij Van der Kuylen uit Den Haag ging als eerste van start in de ‘bekwame handen’ van koetsier Rikkers en met ‘alleen Nederlands gefokte’ paarden. De verslaggever van de Nieuwe Rotterdamsche Courant maakte de tocht mee met hem en beschrijft hoe koetsier Rikkers, die de weg op zijn duimpje kende, tot twee maal toe een stukje van de route af wist te snijden, en door Georg Bond die na hem startte werd ingehaald. Bond won dus, Rikkers finishte twee seconde later. De verslaggever beklaagde zich er over dat Rikkers/van der Kuylen afzakte naar een eervolle vermelding: “Maar er waren nog andere condities en die schijnen den doorslag gegeven te hebben.” Bij de beoordeling speelden naast de tijd, de conditie van de paarden en de totale indruk van het span minstens zo’n grote rol.
Eervolle vermeldingen zijn ook voor stalhouderij-paardenhandel Riemer uit Den Haag en H.L. Kappel uit Berlijn. De laatste kwam rechtstreeks van het concours hippique in Wenen en nam op Houtrust deel om de marathon een ‘internationaal karakter’ te geven. Hij reed zijn vossen op een sukkeldrafje, maar oogst vooral lof voor de sportiviteit van het deelnemen.
Een jaar later probeert het Concours Hippique in Den Haag nogmaals een marathon te organiseren, maar voor zo ver in de archieven is na te gaan, is het bij die eerste keer gebleven. Tot de jaren ’70 en de opkomst van de moderne vierspansport. Het zaadje is in elk geval in 1914 geplant. Wat ook nog resteert is de deelnemende coach van de Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij, die staat in het depot van het Nationaal Rijtuigmuseum in Leek.

Beelden: Rijksmuseum Amsterdam

Het vierspan van Van der Kuylen met ‘alleen Nederlands gefokte’ paarden.

1914, aankondiging van de allereerste marathon in Nederland.

Koetsier Rikkers, van stalhouderij Van der Kuylen, wist twee maal een stukje van de route af te snijden.

H.L. Kappel uit Berlijn reed zijn vossen op een sukkeldrafje, maar oogst vooral lof voor de sportiviteit van het deelnemen.

Als Duitser gaf Kappel de marathon een ‘internationaal karakter’.

Stalhouderij-paardenhandel Riemer uit Den Haag was één van de zeven deelnemers.

Baron van der Goes van Dirxland uit Den Haag. Het gebouwtje met een rood piramidedak uit 1909 bestaat nog steeds als Koning Willem II Paviljoen, thuis van tennisvereniging Never Out Houtrust, en als enige gebouw dat nog herinnert aan de glorietijd van het Sportterrein Houtrust.

Georg Bond, op de bok van de coach ‘The Venture’ van de Haagse paardenhandelaar Jack M. Washington.

“De wakkere directeur van de Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij bracht het vierspan in 48 minuten weer op Houtrust en de paarden gaven in het geheel geen tekenen van vermoeidheid.” 

De Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij kwam keurig voor de dag.

De deelnemende coach van de Amsterdamsche Rijtuig-Maatschappij staat -niet meer in zijn originele kleuren- in het depot van Museum Nienoord in Leek.