De rijtuigfabrikanten van Nederland zijn een vrijwel vergeten verhaal. Maar het was notabene een Nederlander, Guylliam (Willem) Boonen, de koetsier van koningin Elizabeth I, die de koets in 1564 in Engeland introduceerde. Tot in de achttiende eeuw was een vergulde koets met rijk snijwerk en spiegelglas een frequent voorkomend verschijnsel in de rijke Nederlandse steden. Het aantal liep zo ver op dat Amsterdam belasting hief op wielen om de drukte op de grachten aan banden te leggen.

Ten tijde van de Bataafse Republiek en de daaropvolgende Franse tijd kwam de vooruitgang in de koets- of rijtuigbouw in Nederland vrijwel stil te liggen, tot het in de negentiende eeuw weer uitgroeide tot een serieuze bedrijfstak. Fabrikanten als Hermans, Veth, Kimman en Spijker deden in kwaliteit en elegantie niet onder voor hun buitenlandse collega’s, al lieten ze zich graag inspireren door wat de mode in Londen of Parijs voorschreef. Wie vandaag hun werk bekijkt, ziet geen enkele schroef of simpele hoekverbinding, maar pure ambacht – gevormd door tientallen handen en evenzoveel verdwenen beroepen. Kleine ateliers en grote fabrieken leverden meesterwerken op wielen. Veel van hun verhalen zijn echter in de vergetelheid geraakt. Tot nu. Dit boek brengt ze samen in een rijk geïllustreerd naslagwerk dat leest als een reis door de tijd – van het ronkende geluid van de houtdraaibank tot de stilte van een rijtuigschilder aan het werk. Een ode aan een verdwenen wereld, waar de smidshamer klonk, lak glansde als glas en het automobiel voorzichtig zijn entree maakte.

‘Rijtuigfabrikanten in Nederland’, Nederlandstalig, door Mario Broekhuis, uitgegeven door Waanders, Zwolle, 336 pag., in linnen gebonden, € 49,95, ISBN 9789462627048. Klik hier om te bladeren & te bestellen