Voor zo ver bekend is er nog welgeteld één rijtuig van Te Riele over. Verzamelaar Gerard Engbers koestert deze tentwagen van de eerste rijtuigfabriek in Deventer. Te Riele was geen provinciale wagenmaker, want hij stond in 1966 naast de grote fabrikanten op een nijverheidstentoonstelling in Amsterdam. Dat de tentwagen uit die tijd stamt, maakt hem extra bijzonder.

Antonius Franciskus te Riele (1827-1904), rijtuigfabrikant te Deventer, is al zeker in 1852 zo ver dat hij twee bakwerkers en niet veel later een vuurwerker in vaste dienst kan nemen voor de rijtuigen die hij maakt. Later komen er een rijtuigschilder en een bekleder bij. Het zijn met name nieuwe rijtuigen die Te Riele verkoopt, al heeft hij ook een gebruikte barouchette, gemaakt bij de toonaangevende fabriek van Soeders. Dat model is gewild bij rijke boeren in de noordelijke provinciën en daarom adverteert Ter Riele ermee in zowel de Leeuwarder als de Groninger courant. In juni 1865 plaatst de Deventer fabrikant een Franstalig bericht in meerdere landelijke kranten, met als kop ‘Kennisgeving aan rijke huizen’: “In Parijs is onlangs een werkelijk nuttige uitvinding gedaan. Dankzij een ingenieus mechanisme is het ze eindelijk gelukt om de kappen van rijtuigen moeiteloos te openen. Wie zou er nu nog een gewone landauer met al zijn angstaanjagende attributen willen bouwen? De koetsier kan de kappen met zijn pink vanaf de bok openen en sluiten, een kind van tien jaar kan het met gemak, de inzittenden zullen er geen enkele moeite mee hebben, het rijtuig hoeft zelfs geen halt te houden, want men hoeft alleen maar een hendel aan te raken. Bestellingen worden door ondergetekende ontvangen en direct uitgevoerd.” Verder beveelt de fabriek diverse rijtuigen aan voor het zomerseizoen, ducs, paniers, mandenwagens, vis-à-vis voor pony’s en eventueel met een zomerkap.

Met paarden
De landauer met zijn opvallende systeem om de kappen te openen is te zien op de eerste Tentoonstelling van Nederlandsche Nijverheid en Handel, geopend in juli 1866 door prins Frederik der Nederlanden. Deze expositie in en rond het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam is een initiatief van de Joodse arts en weldoener Samuel Sarpathi. De bezoekers komen er zich vergapen aan de mooiste producten die het land voortbrengt, waaronder een afdeling met rijtuigen. Naast Hermans, Pieter de Hoo, Donderwinkel en Henrich & Veth staat er tamelijk prominent de fabriek van Te Riele met onder andere zijn landauer, bespannen met twee (papier-maché of opgestopte) paarden. Smaakvol, schrijft de Rotterdamsche Courant, en “Tot instappen uit te nodigen”.
Te Riele heeft er tijd voor vrijgemaakt om in Amsterdam te exposeren, want een maand eerder nog had hij met 27 andere prominente stadsgenoten een verklaring afgegeven om een scherpschutterskorps op te willen richten. Als burgers willen zij weerbaar zijn: “Wij willen ons eigen maken wat voor de verdediging van ons vaderland noodzakelijk is. Het is tijd dat alle weerbare mannen naar de wapenen grijpen!” Door het uitbreken van de Duitse oorlog en de annexatie van het koninkrijk Hannover, dat dicht bij Nederland ligt, door Pruisen, groeit de angst dat de Pruisische troepen plots vlak aan de Nederlandse grens staan. Tegelijkertijd gaan de zaken gewoon door, met als voorbeeld een lichte kapwagentje dat Te Riele aanbiedt voor zeshonderd gulden, een fors bedrag in een tijd waarin een modaal jaarinkomen (gemiddelde arbeider) rond 250–400 gulden ligt. Het rijtuigje biedt plaats aan vier, maximaal zes personen, heeft portieren en er is een afscheiding te maken tussen de voorste en achterste bank. Het kan zo het rijtuig van Gerard Engbers zijn geweest.

Dit verhaal verder lezen? Je leest het in het fraaie boek ‘Rijtuigfabrikanten in Nederland’, door Mario Broekhuis. Klik hier om te bestellen


Arnhemsche Courant, 12-6-1865.


De Tijd, 23-8-1866.


De tentwagen van Gerard Engbers, Saasveld (foto’s Wim Ahne)