In de jaren dertig van de vorige eeuw telde Den Haag drie zadelmakerijen van naam: Jonas-Bouwman, Wald en Rokker. De tijd van de equipages was voorbij, maar er waren paardenbezitters genoeg. Terwijl de concurrentie nog ambachtelijk handwerk maakte, koos Rokker als eerste voor een grote keuze aan hoofdstellen, tuigen, zadels en dekens tegen lage prijzen. Het is de opmaat voor de latere postorderbedrijven zoals Epplejeck en Divoza.
De eerste zadelmaker in de familie Rokker zou al werkzaam zijn geweest sinds 1759. Johann Peter Rokker (1802-1882), gehuwd met Catharina Gitsels (1810-1892), is de eerste van vier generaties zadelmakers in Nederland. Hij is als boerenzoon uit de Duitse Pfalzdorf en zij als dochter van een dagloner neergestreken aan de Hoogstraat in Arnhem. Een jaar na hun huwelijk wordt hun eerste zoon, Johan Peter (1830-1905), geboren.
“Door omstandigheden wordt door iemand te koop aangeboden, een geheel nieuw, hoogst elegant, vierpersoons tentwagentje, geschikt voor hit of ook voor een paard van kleine taille, nader te bevragen bij den heer J.P. Rokker, Mr. Zadelmaker, hoek Rijnstraat, alhier.” (Arnhemsche Courant 17-6-1875).
Rokker biedt ook nieuwe rijtuigen aan: een elegante pony-chaise en een vis-à-vis panier. “Hoogst modern model en zeer solied gebouwd, dezer dagen direct uit Parijs ontvangen hebbende, ben ik in staat gesteld om deze twee model rijtuigen goedkoop van de hand te kunnen zetten.” Een nieuwe landauer, berline of break, zelfs paarden: van alles heeft Rokker naast zadels en tuigen te koop en al is het geen grote voorraad, hij heeft omzet genoeg om twee knechten aan het werk te houden. Een jaar later vindt een verhuizing plaats naar de hoek Hoogstraat en de Korte Hoogstraat.
Negen kinderen krijgen het echtpaar, waarvan er zes de volwassen leeftijd halen: een dochter en vijf zonen, waarvan Johan Peter junior als eerste in 1853 in het huwelijk treedt, met schoenmakersdochter Wilhelmina Fonteijne. Het is de vraag of Johan Peter junior’s vader bij het huwelijk aanwezig is, want twee jaar later gaan zijn ouders van elkaar scheiden op grond van ‘kwaadwillige verlating’ door senior “thans verblijf houdende te Sheboijgan in Noord-Amerika.” Voor de wet moet iemand meer dan tien jaar zijn verlaten om een scheiding aan te vragen, maar het laatste kindje is op beider naam in 1849 ingeschreven, het meisje stierf vlak na de geboorte en rond die tijd moet vader Rokker met de noorderzon zijn vertrokken. Daarbij liet hij zijn vrouw en kinderen achter. Het zal voor haar een zwaar leven zijn geweest, want vanaf dat moment was Catharina Gistels zadelmaakster in plaats van huisvrouw ‘zonder beroep’. Toen Johan Peter junior volwassen was, droeg zijn moeder de formele zeggenschap over de zadelmakerij aan hem over.
Vader achterna
Van de jongens rollen er nog twee in het zadelmakersvak: de acht jaar jongere Christiaan die echter op 29-jarige leeftijd overlijdt en Johannes (1832-onbekend). Nadat Johannes in 1861 trouwt, gaat hij aan het werk in de zadelmakerij van zijn schoonvader en oud-Arnhemmer David Spitz (1805-1878). Spitz heeft een aardige zaak aan het Westeinde in Den Haag, in 1824 overgenomen van Jacobus Gersabeck, met af en toe tweedehandsrijtuigen te koop en een handeltje in veerbladen van Engels staal. Het is van origine een zadelmakerij voor het leger. Ook Spitz en zijn schoonzoon werken voor het leger, met als voorbeeld van wat er in voorraad is: “Voor veel verminderden prijs, twee nieuwe rijzadels (lepelzadels), gemonteerd met Berllijnsch zilver, ingerigt voor Officieren van de Kavallerie.” Na de geboorte van het vierde kind in 1876 vertrekt het echtpaar Rokker-Spitz naar Amerika, vader Rokker achterna in het land van ongekende mogelijkheden. De zadelmakerij in Den Haag verdwijnt, al blijft de familie Rokker contact houden met de latere weduwe nadat David Spitz in 1878 overlijdt.
Twee andere zonen gaan in de leer als boekbinder, een ambacht dat dichtbij het zadelmakersvak ligt en eveneens draait om fijn leer en naaigaren. Van hen gaat ook Heinrich Wilhelm (1834-1916), een jaar na de scheiding van zijn ouders, naar de Verenigde Staten. Als Henry W. vindt hij na de nodige omzwervingen werk als boekbinder in St. Louis tot hij in 1861 onder de wapenen gaat. Hij vecht onder de Missouri Home Guards mee met de noordelijke troepen in de Amerikaanse burgeroorlog en loopt daarbij vier schotwonden op: in iedere arm één, een in de schouder en een door zijn rechterlong. Na de oorlog bouwt Henry W. als vooraanstaand burger van Springfield een florrisante drukkerij en boekbinderij op. Afgaande op de plaats waar zijn vader overleed, Springfield, hebben vader en zoon elkaar er niet uit het oog verloren.
Opnieuw Den Haag
Ondertussen in Arnhem. Johan Peter junior en Wilhelmina Fonteijne zijn qua kinderschaar niet zo bijster gelukkig: van de zeven kinderen die ze krijgen worden er vijf levenloos geboren of overlijden op jonge leeftijd. Hun oudste zoon Christiaan (1859-1933) neemt als derde generatie de zadelmakerij over in 1886. Hij treedt in het huwelijk met Anna Helene Philomène Klinger, afkomstig uit het Belgische Spa, en verhuist de zadelmakerij naar een nieuwer en groter pand op de Korenmarkt.
In 1913 vertrekt Christiaan naar Den Haag, waar hij een gat in de markt ziet. Jonas en Wald zijn er de gevestigde tuigenmakers die zich bezighouden met maatwerk en een exclusieve clientèle. Maar er is markt voor goedkopere tuigen en zadels. Een lagere marge en een hogere omzet betekenen fabrieksmatig produceren; dat is de weg die Rokker met zijn ‘Fabriek van paardentuigen’ inslaat. Hij levert uit voorraad of binnen enkele dagen. Geen kostbaar zilver beslag of op maat gemaakte garelen, maar knielappen, manenkammen, bandages, monsterhalsters in rood lakleer of in de nationale kleuren, jute en wollen dekens en vertinde stangen. Rokker stunt met Engelse leren leidsels van ƒ 18,- voor ƒ 13,25. In november zijn de versierselen voor het arrentuig in de aanbieding: oranje en rood-wit-blauwe veren koppluimen van zes gulden voor ƒ 3,75, oranje of rood-wit-blauwe paardenharen hangpluimen van ƒ 5,75 voor ƒ 3,50. Een geïllustreerde catalogus is op aanvraag verkrijgbaar, bestellingen gaan per telegram, telefoon of briefkaart. Aan de Van Limburg Stirumstraat 26-28 in Den Haag groeit de firma uit tot de Divoza of Epplejeck van zijn tijd. En in de eerste maand van ieder jaar vindt een balansopruiming of ‘totale uitverkoop’ plaats, uiteraard met nog scherpere prijzen. Het stunten begint.
In 1924 vindt de introductie plaats van het schuimrubber dat Rokker direct als noviteit toepast als onderlegger voor borsttuigen, halsriemen, in bandages, schabrakken en strijklappen. Ter voorkoming van druk- en schaafwonden: “Lichter dan kurk, merkwaardige soepelheid en elasticiteit, ondoordringbaar voor water”, klinkt het als een ideale uitvinding.
Import uit Amerika
“Als verdediging tegen de verkapte uitingen van de concurrentie als zouden wij uitsluitend als specialiteit slechts Paardentuigen fabriceeren, maken wij U daarop beleefd attent dat wij eveneens als specialiteit alle soorten rijhoofdstellen en rijzadels fabriceeren in onze eigen werkplaatsen van prima kwaliteiten, practische modellen en vakkundige afwerking onder garantie, alsook niet te vergeten tot voordeelige prijzen! Vele bewijzen van tevredenheid eventueel ter inzage! Niettegenstaande de bijzonder hoog oploopende lederprijzen e.a. grondstoffen kunnen wij U nog zeer aannemelijke offerten maken voor prima kwaliteiten en keurige practische modellen”, bijt Christiaan van zich af in Paard & Paardenwereld (1-12-1927) tegen de concurrentie die in beweging komt. Rokker levert aan de bereden politie in Den Haag en één van de bestlopende artikelen zijn ‘dikke’ trenzen aan landelijke ruiters. Een dikke trens van Rokker krijgt in de groeiende ruitersport de voorkeur boven een scherp dun bit.
Zonen Henri (1900-1945) en Jules Christiaan (1880-1968) handelen als vierde generatie ‘zadelmakers’ in lederwaren. Ze maken het niet meer zelf, maar importeren fabrieksmatig geproduceerde spullen uit Amerika. Ze krijgen daarbij hulp van hun oom Henry W. die van 1906 tot 1912 herhaaldelijk naar Rotterdam komt met de Holland-Amerika Lijn. Na het overlijden van die oom maakt de jonge Henri in november 1929 de overtocht naar New York met het stoomschip Volendam. Op de passagierslijst staan vooral namen van joodse mensen uit Zagreb, Budapest, Praag en andere plaatsen in Oost-Europa, op de vlucht voor de pogroms en discriminatie waarmee ze te maken krijgen. Henri koopt als enige een retourticket. Of dat een verstandige keuze is geweest? In september 1945 overlijdt hij. Zijn broer zet de firma tot 1955 voort aan de Stationsweg 38.

In het pand links op de hoek, op de hoek van de Hoogstraat en de Korte Hoogstraat in Arnhem, staat de naam van Chr. Rokker op het raam boven de deuropening. (beeld Gelders Archief).

Korenmarkt Arnhem in 1910, op de achtergrond, linksachter de Korenbeurs, is de Zadel- en Koffermakerij van Chr. Rokker (beeld Gelders Archief).
Na de Amerikaanse oorlog bouwt Henry W. als vooraanstaand burger van Springfield een florrisante drukkerij en boekbinderij op.




