Voor de prijs van oud ijzer gaan de rijtuigen in 1957 van de hand. Stalhouderij Van Twist heeft dan, opgericht in 1836, al een geschiedenis van meer dan een eeuw achter zich en heeft met garages, dieselmotoren en vrachtwagens een nieuwe weg ingeslagen. Het familiebedrijf heeft een geschiedenis vol fraaie anekdotes, bijvoorbeeld over hoe een os ontvluchtte en hoe oproerkraaiers de ruiten ingooiden.

Willem van Twist Pieterszn (1797-1878) loodst zeeschepen van Brouwershaven en Hellevoetsluis naar Dordrecht en Rotterdam of terug naar zee. Wanneer in 1831 de twee oudste loodsen van Dordrecht op leeftijd komen, dient hij een verzoek in om in dienst van die stad te komen. Dat kan, mits hij en zijn gezin van ’s Gravendeel en Leerambacht, waar ze wonen, naar Dordrecht verhuizen. Zo belandt de familie Van Twist in een huis aan de Luijrendijk of de zogenaamde Twintighuisjes. Tijdens zijn dienstjaren als loods ontstaat het plan voor de aanleg van de Nieuwe Waterweg die Rotterdam rechtstreeks verbindt met de Noordzee. Daarmee gaat Willem een deel van zijn werk kwijtraken en dus gooit hij het roer om, wanneer hij in 1836 tegenover zijn woonhuis een stal met erf aan de Binnen Kalkhaven kan kopen.
De houten stal draagt de naam De Nieuwe Uitspanning, net zoals de herberg die Willems tweede vrouw, Adriana van der Giesen, onder hun woonhuis exploiteert. Aan de voorzijde van de stal hangt een bordje dat binnen materiaal ligt voor het ‘dreggen van drenkelingen’ uit de naastliggende haven.
Nog terwijl hij als loods van de stad werkt, begint Willem een eenmanszaak als stalhouder. Hij huurt grasland in de omgeving om te hooien voor zijn paarden en vraagt in 1843 vergunning voor de bouw van een loods voor twee rijtuigen, naast de stal. ‘Stalhouder’ is in die tijd nog een letterlijk begrip. Met het in de vaart nemen van een stoomboot tussen Londen en Dordrecht in 1850 komt de import van vee op gang: Willem kan dat vee stallen, heeft grasland om het te weiden en levert foerage aan de veehouders die hun dieren zo vervoeren. Met zijn stallen heeft Willem ook de gelegenheid om paarden te huisvesten voor verkopingen, zoals de bruine merries en tegelijkertijd de hele inboedel van Gerardus van Kuyk, de rijtuigmaker, grof- en hoefsmid die in 1853 failliet gaat. Of twaalf paarden ‘verschillend van haar en jaren’ van Van Gend & Loos die in 1857 voor de diligence buiten dienst zijn geraakt. De oudste zoon Arij (1823-1878) is de beoogde opvolger en mag op 9 mei 1855 een harddraverij organiseren, met als prijzen een zilveren inktkoker en een zilveren sigarenstandaard. Het is een uitstekende manier om reuring te geven aan de zaak.

Handige buren
De stalhouderij floreert en dat maakt het mogelijk om in 1859 een tweede stalhouderij over te nemen: een koetshuis en stalling voor dertien paarden, met bovenwoning en hooizolder, aan de Varkenmarkt, nabij de Gravenstraat, “waarin de stalhouders-affaire sedert onheugelijke jaren met het beste gevolg is en nog wordt uitgeoefend.” Bij de verkoop horen ook een wagenhuis met erf, twintig paarden, vier koetsen, zeven barouchetten voor 9, 8, 6 en 4 personen, zeven vigilantes, een sleepkoets, twee boerenwagens, tuigen en ander spul. Het jaar erop, in 1860, koopt Willem namens zijn zoon wederom via een openbare verkoping van veiling en afslag een stal of wagenhuis aan de Varkenmarkt. Dit is het begin van meer aankopen in deze straat, waar de familie Van Twist zo’n honderd jaar bedrijvig zal zijn. Aan de Varkenmarkt zitten de rijtuigsmid Romijn en de rijtuigschilder Donkersloot, en dat zijn handige buren voor een stalhouderij als Van Twist, waar altijd wel materieel aan onderhoud toe is.
Ook de stal aan de Varkenmarkt is het toneel van verkopingen, zoals van de vier werkpaarden uit een grutterij “en dus bijzonder geschikt om in een molen te lopen” in 1867; in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf heeft de stoomketel nog geen grote opgang gemaakt en vindt het aandrijven van machines, maalstenen of karntonnen nog goeddeels plaats door kinderen, honden of paarden in een tredmolen.

Waarde van mest
De stalhouderijen zijn aanvankelijk gericht op personenvervoer en de verhuur van equipages aan gefortuneerde Dordtenaren. Daar komt aan de Varkenmarkt het slepersbedrijf bij, waarvoor de jongere zoon Willem van Twist Wzn (1839-1905) is aangesteld als ‘sledenaar en wagenaar’ voor goederenvervoer, verhuizingen en de opslag van inboedels.
Arij en Willem Wzn nemen in 1868 beide stalhouderijen van hun vader over en breiden verder uit door de aankoop van onroerend goed aan de Varkenmarkt. Bij het overlijden van moeder Adriana van der Giesen in 1871 staan op de inventarislijst een aanzienlijk aantal van 23 paarden en 33 rijtuigen en wagens. Zo’n boedellijst onthult ook leuke historische weetjes, zoals de waarde van paardenmest: bij het overlijden van vader Willen Pieterzn in 1878 wordt een hoeveelheid ter waarde van 28 gulden vermeld. Die mest dient in hoofdzaak als meststof voor de tuinderijen, maar ook ijzergieterijen gebruiken paardenmest, als bindmiddel voor zand: een gietvorm bestaat uit een mengsel van mest en zand. Dat iedereen de waarde van mest beseft, ontdekken ook de Van Twisten, die na een werkdag de mest van straat willen halen, maar menigmaal alleen een schoon wegdek aantreffen: opgeveegd door omwonenden voor in de eigen moestuintjes.
In 1878, een triest jaar, overlijdt ook de oudste broer Arij en in zijn plaats komt Willem Pieter (1855-1930). Als in 1883 Willem Wzn en diens neef als zakenpartners weer uit elkaar gaan, gaat de eerste als stalhouder verder en zet de tweede de ‘sledenaars-affaire’ voort (Staatscourant 16 juli 1883).

Brandspuit door de bocht
De paarden van Willem van Twist lopen ook voor de brandweerwagen. Verspreid over de stad staan kleine brandspuithuisjes waarin een brandspuit is gestald. Voor de synagoge aan de Varkenmarkt staan ook twee van dergelijke huisjes, waar Van Twist de sleutel van beheert en de paarden voor levert. Vanaf 1880 doet de stoombrandspuit zijn intrede in Dordrecht en om ervoor te zorgen dat de brandspuit op tijd voldoende druk heeft, wordt al tijdens het inspannen van de paarden het vuur opgestookt. Met grote vaart draven de paarden vervolgens door de stad naar de brandhaard. Dat gaat niet altijd goed. Zo verhaalt de familiegeschiedenis over de historische rit van Willem Nico van Twist, die als koetsier zo hard door een scherpe bocht stuurt dat de stoker van zijn zitplaats op de brandspuit vliegt en op het met kinderhoofdjes geplaveide wegdek van de Grotekerksbuurt achterblijft. Het verhaal loopt goed af.
Nog een verhaal in de categorie ‘mooie anekdotes’: “Zondagmiddag ruim vier uur is een os, toebehorende aan den landbouwer J.B. v. F. te Nieuw-Vosmeer, van de stoomboot Zeeland, liggende aan de Merwekade te Dordrecht, in de rivier gesprongen, vermoedelijk doordat het dier van het fluiten der boot schrikte. De os zwom de Voorstraatshaven in: reeds aan het marktschuitengat slaagde men er in, hem op den vasten wal te krijgen, maar spoedig daarop rukte het dier zich weer los en holde de Wijnstraat door en de Groenmarkt over. Aan de Groenmarkt werd de os echter gegrepen en daarna, stevig gebonden, op een sleeperswagen van den stalhouder Van Twist naar diens stal aan de Varkenmarkt vervoerd. De os heeft geen ongelukken aangericht.” (Nwe Vlaardingsche Courant 6-11-1895).

Gesneuvelde ruiten
De stalhouderij is met regelmaat onbedoeld betrokken bij kleine akkefietjes: er wordt in oktober 1897 een gewonde binnengedragen bij Van Twist als een groep arbeiders van de beetwortelsuikerfabriek de werknemers van een andere fabriek met spades te lijf gaan. En in april 1907 sneuvelen er twee ruiten, wanneer de arbeiders van de scheepswerf firma Vriesendorp staken. Van Twist heeft brood naar de stakingsbrekers gebracht en dat wreekt zich: “Wel opmerkelijk was daar, ofschoon het plan reeds ’s middags alom bekend was, geen politie aanwezig, zoodat de bende vrij spel had”, merkt de krant fijntjes op. Als de bende van kwajongens en oproerkraaiers voor een tweede maal in de buurt van Van Twist komt, slaat de politie ze wel hardhandig uiteen.
De opvolging in het familiebedrijf is nooit een probleem, wanneer twee zonen van Willem Wzn, opnieuw een Willem (nummer drie, 1866-1953) en Izaak (1867-1948), telkens meer werk van hun vader overnemen. Na zijn overlijden in 1905 gaat de firma verder onder de naam ‘Willem van Twist’, met stalhouderij en sleperij, terwijl de paardenstallen aan de Varkenmarkt geleidelijk aan veranderen in garage en in stalling voor vrachtwagens. Toch houdt het paardenbedrijf niet gelijk op. Met name in deze periode adverteert Van Twist veelvuldig met “Beveelt zich minzaam aan voor het leveren van lijkkoetsen 1ste en 2de klas, tot concurreerende prijzen”.

Tapissière aan de rol
In verhuizingen is Van Twist groot, ook letterlijk met meubelwagens oftewel tapissières van zeven meter lengte. Zo’n tapissière gaat in zijn geheel op een treinonderstel voor verhuizingen over een afstand groter dan veertig kilometer. Het rondrijden met zo’n immense wagen is geen sinecure: “Zwijndrecht. Niettegenstaande herhaalde waarschuwingen, reed dezer dagen een knecht van den stalhouder Van Twist uit Dordrecht, met een geladen verhuiswagen de gevaarlijke stoep aan de Molensteeg af om zoo op den Onderdijkschen Rijweg te komen. Het paard kon de bocht niet nemen en kwam in een plusm. één meter dieper gelegen tuin terecht. De wagen bleef gelukkig achter de rollaag van de straat steken. De voerman wist, door tijdig van den wagen te springen, aan een groot gevaar te ontsnappen. Wonder boven wonder liep dit ongeval goed af. De schade bepaalde zich tot eenig gebroken huisraad en tuig. Urenlang heeft men gewerkt om den wagen weder op den weg te krijgen. (Nwsbl, gewijd aan de belangen vd Hoeksche Waard en IJsselmonde 18-11-1914).
De dag van 17 november 1916 zal eveneens in het geheugen van Dordrecht blijven, wanneer een knecht van Van Twist het Papendrechtsche veer op wil rijden. “Een groote tapissière, van de firma Van Twist, aldaar, met twee paarden bespannen, wilde het veer oprijden. Daar het laag water was ging de wagen met een vrij vluggen gang de helling af. De remmen werkten op dat ogenblik niet goed en het gelukte den wagenvoerder niet de beide paarden in toom te houden, zoodat, eenmaal op de pont, nog werd doorgereden naar het achtereinde, waar de omhoogstaande breede loopplank, door de paarden werd neergetrapt. De beide dieren raakten te water, doch daar de strengen vlug waren doorgesneden, bleef de wagen gelukkig op de pont staan. Eén paard kon men niet vasthouden. Het verdronk en dreef met den stroom de rivier af.” Het andere paard kwam levend aan wal. De ongevallen zijn de uitzonderingen. Ronduit indrukwekkend zijn de grote kabelhaspels die Van Twist vervoert, of een ketel van 25 ton gewicht die met acht paarden in volle vaart door de straten gaat om wegzakken van de bestrating te voorkomen.

Het verhaal van Ponsen
Na het in gebruik nemen van het spoor tussen Breda en Rotterdam gaat in 1872 het station van Dordrecht open. Tegenover dat station verrijst het imposante hotel Ponsen op een dan nog kale vlakte. Aan dit hotel is letterlijk een dependance gekoppeld voor de verhuur van rijtuigen, met een eigen ingang aan de Stationsweg. De eigenaar van het hotel wil de rijtuigverhuur in 1909 afstoten en het stalgebouw met zijn opvallende voorgevel op termijn verkopen. Willem en Izaak van Twist gaan met hem in zee en stellen hiermee hun positie rond het station veilig, want in 1872 hadden de gebroeders met concurrent-collega Van Ballegooijen & Van Beest een houten loods van de Nederlandse spoorwegen gehuurd. Hier stonden naast het station de paarden en rijtuigen gestald voor een omnibusdienst van de Merwekade naar het station en terug. De omnibusdienst hield rekening met de aankomst van de trein, de afvaarttijden van de stoomboten en omgekeerd. Aan deze dienstverlening komt in 1879 alweer een einde met de aanleg van een tramlijn van de kade naar het station, maar er blijven evengoed passagiers arriveren die een rijtuig willen huren voor een korte of lange rit door de stad. En voor huurkoetsjes is de stal van Ponsen een perfecte uitvalsbasis.
De gebroeders Van Twist en de verkoper Arnold Barend Ponsen richten in 1909 de NV Stalhouderij Maatschappij voorheen Ponsen op, met een gezamenlijk kapitaal van dertigduizend gulden, om de stalhouderij te exploiteren en het gebouw te huren en op termijn over te nemen. De eerste tien jaar is Ponsen, die overlijdt in 1928, aangesteld als directeur. Met de samenwerking is bedongen dat de naam Ponsen behouden blijft, evenals de voorwaarden ten aanzien van de mest: de gasten van het hotel mogen geen hinder hebben van de geur van mest en daar vindt controle op plaats, er mag geen vaste mestput komen en de mest mag niet langer dan een dag in de buurt van het hotel blijven liggen. Met Ponsen ontstaat grofweg een tweedeling bij Van Twist: het transportbedrijf tot in de jaren zestig aan de Varkenmarkt en het personenvervoer aan de Stationsweg.

Identificatie en registratie
Terwijl de paarden in het transportbedrijf geleidelijk aan plaatsmaken voor vrachtauto’s, houden die van Ponsen nog wel even werk. En wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, blijkt dat een redding. Aan de vooravond van de oorlog neemt het Nederlandse leger een deel van het wagenpark in bezit en wanneer de Duitsers binnenvallen verliest Van Twist zo ongeveer al het gemotoriseerde vervoer. De klok gaat terug naar de echte paardenkracht: in korte tijd groeit het aantal paarden van 25 naar 75, alhoewel dit niet onopgemerkt blijft. De Duitsers vorderen gedurende de oorlog 42 paarden van vijf jaar en ouder. Alleen voor dieren van drie jaar hebben ze geen belangstelling en dat is waar Van Twist de oorlog mee doorkomt. Voskleurige Belgische trekpaarden en zwarte Groningers: in opdracht van de bezetters vindt een nauwgezette registratie van de paarden plaats, ze krijgen allemaal een door het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch en door de provinciale voedselcommissaris ondertekende identiteitskaart en staan genoteerd om ieder moment vorderbaar te zijn.

Uit de tijd
De mannen van Ponsen mesten dagelijks om zeven uur de stallen keurig uit en toch ontvangt de gemeente in 1952 een klacht over de hinder van de stal. De rechter verklaart de klacht ongegrond, maar het zorgt er wel voor dat de gemeente de regels verder aanscherpt. Dit gemeentebesluit versnelt de beslissing voor Van Twist om te stoppen met stalhouderij Ponsen, die vooral door het autovervoer uit de tijd is geraakt. In goede tijden trokken de paarden van Ponsen wel honderd keer per maand een begrafenisstoet voort, in de laatste periode blijft dat aantal steken op niet meer dan tien. In 1957 valt de beslissing om te stoppen. In Notities van Slentenaar, een column in dagblad De Dordtenaar, wordt het afscheid van de stalhouderij beschreven: “Ponsen gaat verdwijnen en dat is te betreuren. Want wat onze Grote Kerk is voor de reiziger die Dordt uit de verte benadert, dat is Ponsen voor hem die in onze stad uit de trein stapt (…) Het is een van onze oudste hotel- en cafébedrijven en de ernaast gelegen oude stalhouderij met het renaissanceachtige geveltje, getuigt nog van vroeger tijden, toen vigilantes de gasten haalden en brachten. Wij hebben aan het verblijf in de stallen met die prachtige schimmels hoogst prettige herinneringen.”
Op vrijdag 29 maart 1957 heeft veilingmeester Martin van Delden de taak om in 325 kavels de stalhouderij openbaar te veilen, te beginnen met het bezichtigen van de negentien paarden, waarvan twee schimmels en zeventien zwarte, voor de stallen aan de Stationsweg. Het daadwerkelijk veilen gebeurt in een bedrijfsgebouw aan de Nijverheidstraat, waar de firma Van Twist met de inbouw van dieselmotoren verder gaat.

Dampende buitenlui
Het nieuwsblad van Dordrecht doet verslag van hoe Van Delden als ‘onvervalste Amsterdammer’ met zijn houten hamertje als eerste een rijtuigwip toewijst voor een gulden. Voor de stalbenodigdheden, klokkenspelen, pluimen en ander kleingoed zijn er gretige kopers, maar ze gaan tegen civiele prijzen. De bekende tuigpaardenman Stehouwer uit Dubbeldam koopt voor vijf gulden de betonnen drinkbakken. “De gegadigden nestelden zich overigens gezellig op de bokken der hedenmiddag te veilen rijtuigen of in de arresleden, die antieke Poolse bijv., die er inderdaad zeer antiek uitzagen vanwege de wormgaten, de roest en de versleten voeringen. Behalve de stevig dampende buitenlui, waren er vele niet-kopers-nieuwsgierigen en zagen we ook een enkele antiquair rondneuzen, die zich straks in de middaguren wel zal laten gelden als de oude rijtuig- of statiekoetslantaarns aan de beurt komen.” Het materiaal is niet alleen technisch verouderd, het heeft bovendien ternauwernood een oorlog overleefd.

De veilingmeester slaat een paar roodwitblauwe pluimen af voor veertig gulden, net zo veel als voor een gemiddeld rijtuig dat in feite alleen nog waarde heeft als oud ijzer. Te verkopen zijn vier coupés, waarvan de duurste honderd gulden opbrengt en de lampen los worden verkocht voor ƒ 140,-. Dan volgen twee glaslandauers, zeven vigilantes, acht rouwvolgers (staatsiekoetsen), drie eersteklas lijkwagens (zijladers), een achterlader en twee kinderlijkkoetsen. De duurste zijlader brengt als topstuk van de veiling een schamele driehonderd gulden op. “Wéér gaat een stuk van de 1 p.k.-romantiek voor goed heen. De inwoners van Dordrecht, die vroeger met de trouwkoetsjes van Willem van Twist naar kerk en stadhuis gereden zijn, zullen hun – waarom niet? – gelukswagentjes niet meer zien gaan”, huilt De Maasbode (1-4-1957).

Naar het museum
Drie rijtuigen van Van Twist eindigen in het Nationaal Rijtuigenmuseum in Leek. ƒ 45,- betaalt B.J. Bruins, de vader van de latere minister van volksgezondheid Bruno Bruins, op de veiling voor vigilante no. 5, om hem vervolgens te schenken aan het eveneens in 1957 opgerichte museum. Op de portieren van het rijtuig staat het logo van de firma: de initialen W.v.T omcirkeld Wat niet in de veiling komt is een janplezier voor veertien personen. Deze houdt Willem Nico van Twist (1900-1997) aan voor eigen gebruik. Willem Nico is de laatste paardenman in de familie en -met Izaak van Twist (1905-1975)- directeur van Transport- en Kraanverhuur van Twist NV. Als voorzitter van het concours hippique op het Sportpark in Dordrecht gebruikt hij de janplezier als jurywagen. In 1976 gaat de wagen als geschenk naar het rijtuigmuseum.
Ook in Leek staat een private omnibus die een korte periode, van eind jaren dertig tot 1949, in gebruik is geweest bij Van Twist en waarmee Willem Nico in 1939 deelneemt aan een optocht ter gelegenheid van de opening van de verkeersbrug over de Oude Maas. Dat Van Twist zo’n exclusief rijtuig heeft is eigenlijk een beetje toeval: het is afkomstig uit de concoursstal van Reinier van Dorsser uit Zeist, een zakenman met wortels in Dordrecht, waar de Van Dorssers een voorname familie zijn. Van Dorsser had op zijn beurt de omnibus in handen gekregen van de dubieuze Haagse bankier Truffino, maar pogingen om hem in te zetten voor een vierspan hackney op het concoursveld lopen op niets uit. Achter de schermen van het concoursveld verandert hij opnieuw van eigenaar. Van Twist kan de omnibus in de tijd van benzineschaarste goed gebruiken voor het vervoer van gezelschappen, en verkoopt hem na de oorlog door aan de vierde eigenaar, D.E. Mellema in Finsterwolde.

De romantiek van de rijtuigen mag dan verdwenen zijn, maar de Koninklijke Van Twist is tot op de dag van vandaag een prachtig familiebedrijf in Dordrecht, dat motoren, generatoren en energiesystemen levert. In haar bijna tweehonderdjarige bestaan heeft dit familiebedrijf, met nu de zesde generatie aan het stuur, telkens ingespeeld op een veranderende transportwereld. Vandaar de toepasselijke slogan: Van Twist geeft energie sinds 1836!

Tekst Willem Robert (Rob) van Twist, ten behoeve van het jubileumboek ‘175, Honderdenvijfenzeventig jaar Van Twist’, 2013, en Mario Broekhuis. Beeld: Regionaal Archief Dordrecht, familie Van Twist.

Foto boven: het bedrijfskapitaal op weg voor een feestelijk uitstapje. Met zes paarden die zijn opgetuigd met luid klingelende arrentuigen, pluimen op het hoofd en een volbaardige koetsier ziet het er wat potsierlijk uit.


Grondlegger Willem van Twist Pieterszn (1797-1878).


Ets van Frans Lebret omstreeks 1840. Aan de
rechterzijde de stalhouderij van Willem van
Twist, aangekocht in 1836 van stalhouder Willem
Balthazar Derks. Links voor de herberg
‘De witte leeuw’; over de brug oliemolen de
Poortklok, later de Karper geheten. Willem van
Twist gebruikt de naam ‘De Nieuwe Uitspanning’ .


Vanaf de Binnen Kalkhaven gezien links op de
hoek herberg De Nieuwe Uitspanning, en
rechts op de hoek de houten stal met klok en het
bordje dat verwijst naar materiaal om
drenkelingen te dreggen.


Nieuwe Rotterdamsche Courant 9-5-1850.


Nieuwe Rotterdamsche Courant 3-5-1855.


Potloodtekening van J. Rutten van hoek
Varkenmarkt-Gravenstraat, panden
aangekocht door Willem van Twist in 1859
van de erven Levinus Landmeter.


Meubelwagen oftewel tapissière van 7 meter.


Voorbeeldige equipage voor een bruidspaar:
koetsier en palfrenier dragen winterjassen, te
herkennen aan de dubbele knopenrij, en voor
de gelegenheid witte handschoenen.


Aan de Burgemeester de Raadtsingel, op de
westelijke hoek van het Stationsplein, staan
paarden van Van Twist gestald ten behoeve
van de trammaatschappij.


Links het hotel van Ponsen, waar de stal-
houderij als apart gebouw aan is gebouwd.


De gebroeders Van Twist en Arnold Barend
Ponsen richten in 1909 de NV Stalhouderij
Maatschappij voorheen Ponsen op, met
Ponsen als directeur.


Willem Nico van Twist met de private omnibus
in de optocht ter gelegenheid van de opening van
de verkeersbrug over de Oude Maas, 1939. 


Willem Nico van Twist neemt met eigen tuig-
paarden in 1935 deel aan het concours hippique
op het Sportpark Reeweg. De spider is op de
veiling in 1957 met 180,- gulden een van de
duurdere rijtuigen.


Het laatste bruidspaar dat de stalhouderij in
1957 naar het stadhuis vervoert.


Potentiële kopers bekijken de paarden
’s ochtends 29 maart 1957 aan de Stationsweg.


Vigilante no. 5, geschonken door Bruins aan
het Nationaal Rijtuigenmuseum in Leek.


Het bestuur van het concours hippique bleef
deze janplezier gebruiken als jurywagen.
Hij staat nu in het Nationaal Rijtuigenmuseum.


Laatste glimp van het fraaie pand van Ponsen
voordat het veranderde in een modern gebouw
van het Luzac College.


Initialen van Willem van Twist op de bok van
de janplezier in het rijtuigmuseum.