Menigeen die in het verleden wel eens met de bus is gegaan, heeft bij het in- of uitstappen het vignetje van de bussenbouwer Verheul gezien.

Dat bedrijf begint in de tijd dat er aan weerszijden van de Dorpstraat van Waddinxveen nog fraaie, oude bomen staan. In 1898 zoekt Pieter van Schravendijk, die een wagenmakerij heeft op de hoek van de Kerkweg en de Dorpstraat, een knecht ‘tegen kost en inwoning en loon naar bekwaamheid’. Hierop reageert de 22-jarige Dirk Verheul, zoon van watermolenaar Jan Verheul uit Zoeterwoude. Dirk heeft dan al wat ervaring bij wagenmakers in Heineoord en Bleiswijk, maar het is telkens seizoenswerk. Bij het kinderrijke gezin van Van Schravendijk is nog wel ruimte voor een extra kostganger. Er zijn dan twee wagenmakers in het dorp: Pieter die langzamerhand toe is aan zijn pensioen en Arie Littooij, die gezamenlijk de klanten bedienen in de wijde omgeving van de Zuidplaspolder. De bietenbouwers van Zevenhuizen en de zelfkazende boeren van Waddinxveen kloppen bij hen aan met kapotte spaken en voor nieuwe kaasbrikken. Tot 1900. De jonge Dirk is dan op zoek naar een eigen werkplaats en woning voor zijn aanstaande bruidje, Cornelia Glasbeek. Hij heeft het vak geleerd en wil op eigen benen staan. Die kans komt als Arie Littooij na een langdurig ziekbed komt te overlijden. Ze konden het zien aankomen en diens knecht Schipper is al vertrokken naar een wagenmaker elders.
Het is Dirk Verheul die op 15 april 1900 de sleutel krijgt van het pand – waar later rijwielhandel Wielaard was gevestigd – van de weduwe Littooy. Hij huurt de werkplaats en woning voor ƒ 4.50 per week, waarbij twee dorpsgenoten zich borg stellen voor de ‘richtige betaling der huurpenningen’, zoals de dorpsnotaris destijds in zwierige krulletters in de acte schrijft. Een van die borgstellers is zijn schoonvader, de ander zijn oude leermeester Pieter.

In de prijzen
In november 1900 trouwt Dirk met zijn meisje. Zijn leven is met haar, vijf kinderen op komst en de zaak compleet. Maar Dirk is ambitieus en zoekt terstond hulp, een knecht, want het repareren van een kaasbrik is voor hem geen kunst, maar voor het bouwen van luxe tilbury’s zijn een paar extra handen welkom. Hij wil het misschien zelfs wel beter doen dan zijn voorgangers. Op landbouwtentoonstellingen in 1902 en 1910 in Moordrecht valt hij in de prijzen, de laatste keer met een tilbury, een Utrechts wagentje en twee kaasbrikken. Dat is ook precies wat hij met zijn knechten aan ‘moderne en gewone’ rijtuigen maakt, al staat er ook nog wel eens een tweedehands coupé of een omnibusbrikje in de werkplaats. Dirk heeft de wagenmakerij dan al vijf jaar draaien op een stoommachine. Hij gaat namelijk met zijn tijd mee. Ook als het tijdperk aanbreekt van de carrosseriebouw: in 1925 levert Verheul zijn eerste vijf bussen voor de lijn IJsselstein-Utrecht.

Dirk Verheul overlijdt in 1956, tachtig jaar oud en als ridder in de Orde van Oranje Nassau. Hij mocht meemaken hoe zijn twee zonen het bedrijf verder lieten floreren, met in 1950 vijfhonderd medewerkers en door het bouwen van ettelijke duizenden autobussen. Er is zelfs een straat naar hem vernoemd.

(met dank aan Dick-Jan Thuis van het Historisch Genootschap Waddinxveen)

foto boven: aan het werk met een Utrechtse tentwagen.


Het doorsneewerk van een wagenmakerij in Waddinxveen: een mallejan, kruiwagen en twee bakken van een kaasbrik.


Dogcart gemaakt door Dirk Verheul.


Verheul gaat met de tijd mee en stapt over op de carrosseriebouw.


Verheul geeft een visitekaartje af met een tweede prijs op de landbouwtentoonstelling.


Op 25 april 1900, tien dagen nadat Dirk de sleutel van de werkplaats krijgt, zoekt hij extra hulp.


In 1905 doet de stoommachine zijn intrede.


1912