1909 is het jaar van de grote zeges voor het span koffievossen van Klaas Tiktak (1845-1925), directeur van koffie- en theefabriek Tiktak in Groningen. Willem is zonder twijfel zijn beste paard. Op het concours op Zorgvliet, Den Haag, wint de dan zesjarige ruin het kampioenschap in het enkelspan en de zilveren Koninginnemedaille die daarbij hoort. Het is een dier met “gaven van vermogen en goede oprichting.” En dat als ‘inlands gefokt’ paard in competitie met de beste Hackney’s van zijn tijd.

De achtjarige Blücher (ingeschreven in het Groninger Paarden Stamboek onder nummer 116 en met als vader Freischutz) krijgt een eervolle vermelding in dezelfde rubriek. In het tweespan echter zijn beide die dag niet te verslaan en eisen het Nederlands kampioenschap op, voor paarden geboren in Nederland en hoger dan 1,54 m. Als kampioensspan maken ze hun opluistering in gans het land, zoals in Roden, waar de organisatie van de landbouwtentoonstelling mee adverteert om publiek te trekken. “Voor kenners van paarden, ja zelfs voor leeken, was dit het glanspunt van den dag”, kopt de Drentsche en Asser courant na afloop.
Een jaar later is van de talenten van Willem en Blücher nog niets verloren gegaan als ze op de landbouwtentoonstelling in Olst 100,- als span winnen en Willem in zijn eentje nog ‘ns 100,- gulden door zijn baas mag laten incasseren. Dergelijke geldbedragen verdienen ze ook in Zwolle en Rotterdam. En ze komen in 1910 als tandem in de ring, met Willem voorop. ‘Smalle Willem’ Wijma is de trainer en rijder die alle eer van succes toekomt. Hij doet dat niet alleen voor wat Tiktak hem betaalt, want voor de koetsiers betekende een klassering in die tijd een extra bedrag dat varieerde van tien gulden tot een rijksdaalder.
Willem en zijn spangenootje Blücher stalen niet alleen de show op het concoursveld. Als driejarigen liepen ze al in 1905 voor de gele bestelwagen van de firma. Voor een optocht: “De Jury had nog een prijs van ƒ 10 toegekend aan K. Tiktak te Groningen voor zijn versierden koffiewagen, omdat deze, hoewel zich weinig leenende voor versiering, vooral wat die der paarden betreft, in den stoet een gunstigen indruk maakte.” Met dat werk voor de bestelwagen gaan ze hun hele carrière bij Tiktak door. De Nieuwe Veendammer Courant schreef nog in 1911: “Bedenkt men dat deze zeldzaam mooi bij elkaar komende paarden reeds eenige jaren in Groningen dienst doen voor den koffiewagen, en dan nu nog zoo verbazend veel kunnen presteren, dan is verdere beschrijving over de hooge kwaliteit van dit tweetal natuurlijk geheel overbodig. Dat vele paardenliefhebbers wel eens, ter wille van ’t ensemble Willem-Blücher, een extra kopje Tiktak’s koffie drinken, is hun zeker niet zoo heel kwalijk te nemen!”
Toch lijkt het dat het superspan een beetje ‘op’ raakt en misschien is er in de afgelopen twee jaar wel iets te veel van de relatief jonge paarden gevraagd. In Amsterdam moeten ze met een derde plaats genoegen nemen. In december kiest Tiktak eieren voor zijn geld en verkoopt het ‘kranige span’ aan de heer Scheper Claus in Hilversum. Daarna verdwijnen de koffievossen uit het nieuws.

War Horse
Op de achterkant van een foto van Willem is geschreven hoe het hem daarna vergaat: “In 1914 is hij gevorderd voor het leger en daar aan infectie gestorven.” In augustus 1914 gaat Nederland over tot mobilisatie van de troepen. Iedereen die dienstplichtig is moet zich melden. En er zijn paarden nodig. Nederland is dan weliswaar niet in oorlog, maar het leger maakt alvast een keuze voor het geval dat. Scheper Claus zal aan deze oproep van de burgemeester gehoor hebben moeten geven: “Op 6 Augustus zal voor deze gemeente te Hilversum op de Schuttersheide des namiddags ten twee uur eene vordering van paarden voor het leger plaats hebben. Genoemde keuring heeft alleen ten doel het registreren van paarden, die geschikt geacht kunnen worden om onder den man te worden bereden. Zoodat alleen enkele koetsen- en luxepaarden ter keuring worden opgeroepen. De eigenaars ontvangen hiervoor een bijzondere lastgeving; terwijl de paarden voorlopig het eigendom blijven der tegenwoordige bezitters. Alleen in tijd van oorlog of dreigend oorlogsgevaar zal vordering geschieden.” Maar tegelijkertijd vordert het leger al wel degelijk de beste paarden om in paraatheid te zijn. De eigenaar kan genoegen nemen met een vergoeding van zo’n ƒ 650,- per paard. Voor de diverse legeronderdelen gaan zo groepen volbloeds, hunters, tuigpaarden, Hackney’s en groentekarrenpaarden op de trein naar het remontedepot in Nieuw Millingen. En daar heersen ziektes als droes. En zo zal het Willem en Blücher een stuk minder heroïsch vergaan als Joey, die als één van de 1.183.228 Britse paarden daadwerkelijk in het oorlogsgeweld terechtkomen, en wiens verhaal een eeuw later inspireert voor de film War Horse.

In het stadhuis
Als de oorlog is afgelopen en de schaarste in Nederland over, gaat het weer goed met de koffiehandel in Groningen. Het vroegere baasje van de koffievossen, Klaas Tiktak, schaft een automobiel aan en verkoopt daarom op 6 mei 1919 zijn ‘volledige equipage’ bij de stallen van de gebroeders Bolt, paardenhandelaren aan den Frieschen Straatweg in Groningen. Onder de hamer gaan onder andere de bekende preferente merrie Wella (stamboeknr. 2389), gedekt door Reclame (zeer waarschijnlijk drachtig), de concoursmerrie Jona (stamboeknr 3972), een landaulette van het fabricaat Ingenhoes, de Bilt, en drie rijtuigen gebouwd door Klaas Bouman in Groningen: een break met afneembare kap, een dogcart van het ‘nieuwste’ model en een licht concourswagentje.
Op de verkoping is ook een Amerikaanse slede met tuig en bellen, en van die slede is een foto bewaard gebleven: op de Vismarkt in Groningen, ergens rond 1900, met Klaas Tiktak op het koetsierszitje. Als herinnering aan het paardentijdperk van weleer.

En er is nog één belangrijke herinnering aan het superspan Willem en Blücher, want in 1919 vereeuwigt de kunstschilder Otto Eerelman ze op het grote doek ‘De Paardenkeuring op de Grote Markt’ dat nog altijd in het stadhuis aan de Grote Markt hangt. Onbewust kijken dus nog dagelijks mensen op tegen de koffievossen van Tiktak. Die geven het begrip ‘koffievos’ een extra lading.

Beelden: K.H. van Straten te Ulrum, Gemeentearchief Groningen

foto boven: het koffievossenspan voor een tweewielig rijtuig, niet zoals een tweespan voor de beugelsjees, maar in een zogenaamde ‘Kaapse aanspanning’. Het rijtuig blijft in evenwicht door een dwarshout voor de borsten van de paarden, hieraan dragen ze een beetje van het gewicht.

In 1910 als tandem, met Willem voorop, en Willem Wijma op de bok.

Ontwerp van de gele bestelwagen van Tiktak.

Willem won drie jaar achtereen het Nederlands kampioenschap en zeker vijftig eerste prijzen.

Klaas Tiktak schaft een automobiel aan en verkoopt daarom op 6 mei 1919 zijn ‘volledige equipage’

Op de Vismarkt in Groningen, ergens rond 1900, met Klaas Tiktak op het koetsierszitje.

Op het schilderij van Otto Eerelman: Willem loopt in de richting van de hoofdwacht (bij de Martinitoren) voor een sulky, bestuurd door zijn trainer Willem Wijma. Blücher wordt links aan de teugel gehouden door J. Caspers