Het is een onopvallende voetnoot bij de beschrijving van een ezeltentwagentje in het Nationaal Rijtuigmuseum in Leek: ‘was van zanger en componist Dirk Witte’.

Een romanticus denkt dan als snel aan een soort troubadour die met zijn ezel door stad en land reist om mensen te vermaken, maar Dirk Witte (1885-1932) was allesbehalve een rondtrekkende vagebond. Als bediende in de houthandel van William Pont schreef hij in zijn vrije tijd liedjes als ‘Het meisje van de zangvereniging’ en ‘Aspirine’ voor Jean-Louis Pisuisse, een beroemdheid in zijn tijd.

“Aspirine alleen kan baten, voor officieren en soldaten, voor foerier en voor sergeant, en voor ‘t paard van de adjudant.”

Zijn groeiende bekendheid als schrijver steeg Dirk niet naar het hoofd. Hij was een paar jaar ziekendrager in militaire dienst – volgens zijn zuster de meest onhandige soldaat dier er bestond – en concentreerde zich na de Eerste Wereldoorlog weer op de houthandel.
Mijnhout was in die periode nog een van de belangrijkste producten uit de Nederlandse bossen: vooral grenenhout was populair, want dat kraakt onder druk en gaf een waarschuwing als een mijngang dreigde in te storten. Het maakte Dirk Witte een rijk mens. Hij slaagde als directeur van de N.V. Nederlandsche Mijnhouthandel en woonde met zijn gezin in de villa Op Honk aan de Amersfoortse straatweg 38 in Bussum. Maar het liefst zat hij in zijn tuinhuisje om te schrijven aan liedjes en teksten. Terwijl zijn vrouw Jet (Doralisa) in het dameszadel op een klein paardje tochtjes maakte, schreef hij het na honderd jaar nog bekende ‘Mensch durf te leven’, een evergreen gezongen door onder andere Willy Alberti, Ramses Shaffy, The Amazing Stroopwafels en Wende Snijders.

Het leven is heerlijk, het leven is mooi.
Maar – vlieg uit in de lucht, en kruip niet in een kooi!
Mensch! durf te leven!

Dirk, Jet en hun kinderen Jaap en Doralisa brachten regelmatig een tijdje door in hun huisje in Bergen aan Zee en ze wandelden graag over het strand van Scheveningen, waar net als overal langs de Hollandse stranden ezeltjes sjokten om de badgasten en vooral hun kinderen een vrolijk ritje te bezorgen; tafereeltjes die bekend zijn door de schilderijen die Isaac Israëls van ze maakte.
De ezel waarop dochter Doralisa in 1923 poseerde zou de Witte’s er toe brengen om die ene ezelwagen aan te schaffen, weet de oudste kleindochter Marjet Bosma nu nog te vertellen: “De ezel was nogal impulsief door mijn grootmoeder van het strand geplukt, want die werd volgens haar ‘mishandeld. Hij moest in elk geval te hard werken. Opa Dirk was een groot dierenliefhebber en een van de medeoprichters van de Nederlandse Dierenbescherming, maar oma Jet was de praktiserende factor in dat koppel. Het beest heette, dacht ik, Constantijn en had een vriend, een enorm eigenwijze, witte Hollandse bok. Mijn moeder fokte als kind Brandneusjes, een konijnenras, en was met grote regelmaat in de tuin te vinden, bij die ezel en die bok.” Bij rijtuighandel J.B. Gielen aan de Utrechtse Vreeburg kwam het luxe tentwagentje vandaan, zodat de kinderen er ritjes mee konden maken, net zoals ze met een bokkenkarretje deden.

Je kop in de hoogte, je neus in de wind
En lap aan je laars hoe een ander het vindt
Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst
Maar wees op je vierkante meter een vorst
Wat je zoekt kan geen ander je geven
Mensch, durf te leven

Het was notabene de conciërge van de Nederlandse cocaïnefabriek – de pillen die soldaten in de tijd van de grote oorlogen kregen waren allesbehalve aspirine- die in het holst van de nacht een plons hoorde. De man ging naar bulten en zag, dat een auto nagenoeg geheel onder water in de Weespertrekvaart lag. Hulp voor de bestuurde van de auto, Dirk Witte, kwam te laat. “Hij was oogenschijnlijk bewusteloos; het personeel van den geneeskundigen dienst kon er ook na langdurige pogingen niet in slagen de levensgeesten op te wekken”, aldus Het Volk van 15 november 1932. Dirk had onderweg last gekregen van zijn hart en de auto raakte in een slip. Hij was van een gezellige artiestenavond in het Amsterdamse café Schiller op weg naar huis, waar zijn gezin op hem wachtte.

Hamvraag is of de ezeltentwagen veel aan het levensgeluk van Dirk, Jet en de kinderen heeft bijgedragen. Kleindochter Marjet twijfelt: “De ezel was ook moeilijk, net als de bok. Ik geloof niet dat ze er veel mee hebben kunnen rijden.” Een foto van de ezel voor de tentwagen is in ieder geval niet bewaard gebleven.

Luister verder naar Mensch durf te leven op deze link
Lees verder op deze link.

Foto boven: Bij rijtuighandel J.B. Gielen aan de Utrechtse Vreeburg kwam het luxe tentwagentje vandaan, zodat de kinderen er, net als ze met een bokkenkarretje deden ritjes mee konden gaan maken. Nu in Museum Nienoord

Isaac Israëls schilderde de ezeltjes langs de Hollandse stranden, die de badgasten en vooral hun kinderen een vrolijk ritje bezorgden.

Dochter Doralisa in juni 1923 op het strand van Scheveningen, op de ezel die moeder Jet in een opwelling mee naar huis nam.

Ezel Constantijn had een vriend, een enorm eigenwijze, witte Hollandse bok. Hier voor het karretje van dochter Doralisa.

In 1921 leefde Jet, als directeursvrouw, met de luxe van huishoudelijk personeel.

Dirk Witte (1885-1932) was allesbehalve een rondtrekkende vagebond.