Het is alsof de fabriek maar net is uitgeruimd. Alsof de aandrijfriemen er vorige maand nog door de lucht gierden en er nog redelijk verse houtkrullen op de grond liggen. Maar dat is schijn. De rijtuigfabriek aan de Nieuwe Schoolstraat in Den Haag is al meer dan een eeuw geleden stilgelegd. Dat het interieur de sfeer van toen heeft behouden is volstrekt uniek. Nu het pand te koop staat geeft de makelaar een inkijkje waar vroeger de houtdraaiers, stoffeerder en leerbewerker van Van den Bergh & Dolman werkten.

Het zal nog best een kunst zijn om de vroegere rijtuigfabriek van Van den Bergh & Dolman in Den Haag te verbouwen tot een comfortabele woning, zonder daarbij het karakter van het gebouw te verliezen. Karaktervol zijn bijvoorbeeld de klinkervloer, de aftimmering, de roedeverdeling van de ramen en de spantconstructie. De indeling oogt nog authentiek zoals de diverse ambachten in de rijtuigfabriek van elkaar waren gescheiden: op verse lak mocht geen stof komen, en een smidsvuur ging niet samen met houtkrullen.

Het was niet de eerste de beste rijtuigbouwer die een vestiging aan de Nieuwe Schoolstraat had. Van den Bergh mocht zich hofleverancier noemen door de levering van rijtuigen aan liefst vier Oranje-Nassau’s: van de lijkkoets van Willem III, een calèche voor Koningin Wilhelmina, kleine brikken en jachtwagens. Het Koninklijk Staldepartement heeft er nog drie in bezit. In 1886, toen Koning Willem III het geschommel in de Glazen Koets niet langer kon verdragen, heeft de fabriek het op dat moment nog belangrijkste rijtuig van Nederland voorzien van vier extra steunveren.

In zijn catalogus bood Van den Bergh & Dolman zo ongeveer alle gangbare luxe modellen die in Franrijk in de mode waren, ook ‘à huit ressorts’ oftewel dubbel geveerd. Niet apart beschreven, maar wel genoemd waren de ‘Amerikaansche sulkey’s en buggie’s’. Wanneer een klant hiervoor belangstelling had kwam waarschijnlijk een catalogus van een Amerikaanse fabriek op tafel om een rijtuig aldaar in onderdelen te bestellen. Als Van den Bergh in 1895 het eeuwfeest viert is het de oudste rijtuigfabriek van ons land. Veelvuldig bekroond en met export naar Parijs, Berlijn en Sint Petersburg. Het was naast Hermans, die notabene het vak leerde bij Van den Bergh, de voornaamste fabrikant van de residentie. “Mogen zij, die in Nederland zich de weelde kunnen veroorloven van een equipage te houden, haar een nog veel langer leven waarborgen”, is de hoop in het ter gelegenheid van dit feit uitgegeven boekje ‘Nederland Voorheen en Thans’. Het kon verkeren. De laatste telg die de fabriek voortzette Willem George Johannes doet het bedrijf van de hand en verkiest een baantje als wagenmeester in de koninklijk stallen. Dat doet hij tot zijn dood.
Naast de drie koninklijke rijtuigen zijn er nog enkele tientallen van Van den Bergh (& Dolman) in particuliere handen bewaard gebleven.

1795 Johannes van den Bergh (1747-1825), afkomstig uit Culemborg, richt een rijtuigmakerij op aan het Blijenburgh in Den Haag.
1802 Johannes is keurmeester van diligences, rijtuigen en brandweerwagens in de stad.
1825 Johannes Jacobus (1791-1875) volgt, na het overlijden van zijn jongere broers, zijn vader op.
1830 Oprichting eigen bedrijfsschool, bekendste leerling M.L. Hermans.
1841 Grote uitbreiding van het bedrijf als J.J. van den Bergh & Zonen. Die zonen zijn Johannes, Frans en Franc Christiaan. Ze zijn hofleverancier van Prins Frederik.
1852 Hofleverancier van Koning Willem III.
1853-1866 Groei van 15 medewerkers naar 70.
1870 Hofleverancier Prins Alexander.
1871 Toestemming tot het voeren van wapen hofleverancier.
1875 Franc Christiaan treedt uit de zaak en richt met een vennoot een nieuwe rijtuigfabriek op: Van den Bergh & Josemans, Leiden.
1875 Overlijdt J.J. van den Bergh. Na de dood van ook zijn broer Johannes blijft Frans alleen over.
1878 Het aantal werknemers neemt drastisch af tot 25.
1880 Frans zoekt steun bij de Amsterdammer Jacobus Dolman.
1882 De oude fabriek wordt afgebroken en het jaar er op verrijst een nieuw complex. Het bedrijf gaat verder onder de naam Koninklijke rijtuigfabriek Van den Bergh & Dolman aan de Dennenweg 116-120 en Nieuwe Schoolstraat 71-79.
1895 Viering 100-jarig bestaan.
1909 Willem George Johannes van den Bergh (1968-1936), een zoon van Frans en de vierde generatie, verkoopt de zaak. Hij werkt tot 1936 als wagenmeester in de koninklijke stallen.

Interesse in een uniek pand van 552 kubieke meter inhoud in hartje Den Haag? Voor een slordige twee en een half miljoen euro heeft u uw eigen rijtuigfabriek. Aan de buitenkant mag niet te veel gebeuren, want die maakt deel uit van een beschermd stadsgezicht. Klik hier. 

Beelden: Haags Gemeentearchief, Koninklijk Huisarchief. Bron: o.a. mevr. C.A.E. Wernand-Van den Bergh, Dieren

Foto boven: Met de hand ingekleurde reclameprent voor de levering van een calèche aan de jonge Koningin Wilhelmina.

Het zal lastig zijn om dit karaktervolle interieur te bewaren.

Tentkapbrik in 1894 aangeschaft door het Koninklijk Staldepartement bij Van den Bergh & Dolman, thans in de collectie van Paleis Het Loo in Apeldoorn.

1795 Johannes van den Bergh (1747-1825), afkomstig uit Culemborg, richt een rijtuigmakerij op aan het Blijenburgh in Den Haag.

Advertentie in 1862, waarbij de ‘caros’ het beeld oproept van een koets uit veel vroegere tijden.

Aan de Nieuwe Schoolstraat 57 in Den Haag zat de voormalige rijtuigfabriek Van den Bergh & Dolman.

Nieuwe Schoolstraat, rijtuigfabriek van Van den Bergh (nrs. 71-79), met op de voorgrond een paardentram en een coupé.

De rijtuigfabriek bood plaats aan houtbewerkers, aflakkers en stoffeerders. Het ijzerwerk gebeurde in een aparte smederij.

Tentoonstelling in de Dierentuin. Op de voorgrond een arrenslee vervaardigd door W.G.J. van den Bergh, Kazernestraat 54. Linksboven een affiche voor voetbalwedstrijd HVV-Sparta, zondag 16 oktober 1904.

Kazernestraat 43, met in de deuropening de laatste rijtuigfabrikant die het bedrijf voortzet: W.G.J. van den Bergh.

Als Frans van den Bergh noodgedwongen hulp zoekt bij Jacobus Dolman gaat het bedrijf verder onder beider naam, vanaf 1882.