In iedere plaats, zelfs in ieder gehucht van ons land waren wagenmakers, rijtuigfabrikanten en andere zelfstandigen die wat verdienden aan het smeren van wielen, bekleden en stofferen of het smeden van het ijzerwerk voor de wagenbouw. Tot een eeuw geleden vormde dit nog een serieuze economische bezigheid. Namen als Hermans en Spyker zijn blijven hangen in ons collectief geheugen, maar de meeste ambachtslieden en hun werk zijn vergeten.

Zo zat in de Apeldoornse Hoofdstraat de wagenmakerij van J. Schimmel, naast drogist Van Gerrevink (op de plaats van de huidige Hema). Het bord voor de voorgevel gaf aan dat Schimmel het had geschopt tot hofleverancier van Prins Hendrik; hij was daar blijkbaar zo trots op, dat op het balkon boven de wagenmakerij de borstbeelden van Hendrik en Wilhelmina stonden.
Het Koninklijk Staldepartement heeft in Apeldoorn nog altijd een jachtwagen, een fourgon (bagagewagen) en een slede van deze maker. De slede is zelfs in gebruik als er tenminste genoeg sneeuw ligt in de bossen van het Kroondomein. De vierpersoonsslede is in 1925 door Wilhelmina aan Hendrik geschonken.
Verder weten we van Schimmel niet zo veel, in archieven duiken sporadisch fragmentjes op, zoals dat hij tot 1918 een wagenloods had aan de Prof. Röntgenstraat. En er zijn twee foto’s bewaard: van de voorkant van de wagenmakerij en van de werkplaats. Midden op die laatste foto uit de periode 1910-1920 staat J.C. Schimmel, terwijl zijn manschappen bezig zijn met de nieuwbouw van een landaulette, een tilbury en een mogelijke bestelwagen.