De schande moest groot zijn geweest, want het kwam in 1943 in alle landelijke kranten te staan dat stalhouder G.G. Verschuur in Amersfoort een exorbitant hoge boete kreeg van 5000,- gulden voor het uitbuiten van Nederlandse krijgsgevangenen. ‘Onsympatieke profiteurs’, kopte het bericht. De leden van het voormalige Nederlandse leger hadden zich moeten in Amersfoort melden om in krijgsgevangenschap te gaan en kwamen daar ‘zwaar met koffers beladen’. “De meesten keken uit naar een vervoermiddel en vonden dit ook maar tegen veel te hooge prijzen”, aldus de inspecteur voor Prijschbeheersching.

De veroordeling van haar zoon Gijs moet de nekslag zijn geweest voor Grietje Verschuur-Dijkman, die tot dat moment met moeite de stalhouderij aan Achter de Kamp 1b (bij de Beestenmarkt) in de benen wist te houden. Drie jaar eerder is de stalhouderij nog ‘speciaal ingericht voor het samenstellen van Uw bruidsstoet’ en uit die tijd dateert de foto van de bruidscoupé. Deftig zondermeer.
Het succes voor de Verschuurs begint in 1884 als H. Elbersen, een stalhouder die reed voor het stadsbestuur, waterschappen en gestichten, zijn paarden en rijtuigen van de hand doet. Tijmen Verschuur ziet dan zijn kans om die klanten en de rijtuigen (landauer, calèche, coupé, achtpersoonsbrik en een tentwagen voor zestien personen) over te nemen. In 1897 begint Tijmen’s zoon Gijsbertus een straat verderop aan de Kampstraat ook een stalhouderij. De andere zoons van Tijmen, Hendrik en Gerard, zetten de zaak van hun vader voort aan Achter de Kamp. Van Gijsbert hebben ze in het luxe segment niet zo veel te dulden, want die houdt zich meer bezig met sleperswerk en de kolenhandel.

Na het overlijden van Gerard (1850-1925) pakt zijn weduwe Grietje Dijkman (1868-1951) het werk op. Zij adverteert in de jaren ’30 met leuke rijmpjes. ‘Een equipage, goed, niet duur, vindt iedereen bij stal Verschuur’ of ‘Betrouwbaar en zeer mooi gerij? Naar stal Verschuur voor Uw partij!’
Twee zoons uit de derde generatie helpen mee in de zaak, waarvan Timotheus voor zichzelf begint aan de Kreupelstraat 6, Gijs blijft bij zijn moeder. Maar met de naderende oorlog gaat het bergafwaarts als in 1941 in plaats van een rijmpje nog een wanhoopskreet in de krant verschijnt met ‘stalhouderij wenscht clientèle’. Hoe verder zou gaan is bekend. Of Gijs echt op geld belust was de militairen heeft uitgebuit of dat hij een laatste kans zag om de boel aan het eten te houden, we zullen het niet weten.
Verschuur is zo ongeveer uit het collectief geheugen gewist en op de hoek Achter de Dam en Beestenmarkt is nieuwbouw gekomen.

Klaas Bakker, in deze moderne tijd stalhouder in Amersfoort, kan dit verhaal aanvullen: “Verschuur ging failliet vlak na de bevrijding. De Duitsers hadden namelijk alle wagens bij Verschuur gevorderd om te vluchten naar Duitsland. De hoefsmid van Verschuur, die een poosje was ondergedoken, kreeg van de Duitsers opdracht om alle paarden nieuw te beslaan. En hij heeft expres alle paarden vernageld opdat ze kreupel liepen. Onze janplezier, door Kimman in Haarlem gebouwd, komt bij Verschuur vandaan en lag tijdens de vlucht vol met wapens en munitie. De rijtuigen zijn in Enschede achtergelaten.

Mijn vader kreeg dit verhaal te horen van mijn grootvader, die als koetsier werkte bij Verschuur. Een oud-koetsier van ons, ‘Opa Dirk’, kon dit bevestigen. Hij leerde het vak als zeventienjarige bij Verschuur en kraste toen zijn initialen in de bok van de janplezier. Toen mijn vader dit rijtuig kocht kon Opa Dirk die krassen nog aanwijzen.”

Foto boven: ‘Speciaal ingericht voor het samenstellen van Uw bruidsstoet’. Bruidscoupé van Weduwe Verschuur, net voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Vooraan de disselboom hangt een belletje, want een rijtuig op rubberbeslag hoorde je minder goed aankomen in het stadsverkeer.

In 1884 ziet Tijmen Verschuur zijn kans om de klanten en de rijtuigen over te nemen van een collega die zijn stalhouderij in Amersfoort stopt.

Foto in de periode tussen beide wereldoorlogen, aan Achter de Dam in Oud Amersfoort. Het is een gokje, maar mogelijk staat vader Gerard Verschuur rechts en zijn zoon Gijs de oudste jongen met strohoed. Gijs zou later de definitieve nekslag geven bij de ondergang van de stalhouderij.

Met de naderende oorlog gaat het bergafwaarts als in 1941 nog een wanhoopskreet in de krant verschijnt met ‘stalhouderij wenscht clientèle’.